Gedichten & teksten daarover

Uw gedicht met bespreking op deze pagina? insturen kan via het mailadres [info at naam van de dichter punt en el] doe er een sumiere omschrijving bij van bijvoorbeeld: de aanleiding, de situatie, de omgeving .

Zie verderop op deze pagina informatie over de debuutbundel van Ed Moolenaar met de tirel "Bloot geven".

In deze rubriek treft u geen waardeoordeel of mening over goed of slecht. De dichter streeft ernaar alleen een reactie op de inhoud van de gedichten te geven en deze soms aan te vullen met een of meerdere tips of opmerkingen ten voordele van de schrijver.

----------------------

Maartje van den Bosch, dichteres wonende te Linschoten, heeft in 2009, 2010 en 2011 drie kleine bundels uitgebracht in eigen beheer met de titels "Zinnenbeeld, Zinnenbeeld II, Zinnenbeeld III". Deze dichtbundels zijn fraai ogend geïllustreerd met foto's van kunstwerken, die tevens inspiratie zijn voor de gedichten. Haar samenwerking met beeldend kunstenaars krijgt vorm in de aanloop naar de jaarlijks in september te houden "Linschotense Kunstroute". Tijdens dit evenement draagt zij haar gedichten voor.



In de drie bundels staan gedichten met een consequente stijl. De gedichten zijn toegankelijk, met veel mooie beelden en poëtische taalvondsten. Het is mogelijk onderscheid te maken tussen de delen I en II en deel III. De delen I en II komen wat zachter, breekbaarder, vloeiender van aard over en het deel III is wat strakker van vorm, de stijl wat meer staccato. Dit zijn natuurlijk volledig subjectieve observaties en zijn geen waarde-oordeel. De bundels zijn mooi vormgegeven en vormen een eenheid. De gedichten passen goed bij de kunstwerken en andersom.

Nieuwe bundel 2017



Samenvatting
"Tussen de regels""

Tussen de regels is een reis door alle facetten van het leven. Maartje van den Bosch beschrijft haar gevoelens, die zeer herkenbaar zijn, in compacte zinnen. Deze gedichtenbundel laat zien hoe zij haar eigen poëziestijl vindt. Het is een zoektocht naar de juiste balans in haar leven. Liefhebben, genieten van natuur en kunst, maar ook durven loslaten. En al kunnen jeugdherinneringen soms een beetje schuren, in haar poëzie schrijft zij de scherpe kantjes er vanaf. De kunstwerken uit de nalatenschap van kunstvriendin Riek ter Maat geven een extra dimensie aan de teksten.

Link naar Maartje van den Bosch tijdens de "Linschotense Kunstroute" 2017 (met video).
Contact met de dichteres is mogelijk via deze link naar haar mailadres.

EWvD

(zonder titel)

alzheimer kwam onverwacht
zo gaat dat, altijd in het geniep
ze trekt haar sporen door ons brein
alles wat ons tot ons maakt
vernietigt ze
er is geen houden aan
hollen of stilstaan
ze is als een marathonloopster
die de race al gelopen heeft

diegenen die ze aandoet
ondergaan een onzeker lot
lachen en huilen
dichter bij elkaar
pillen om de loopster
af te remmen
elke dag Max-geheugenquiz
vaste routine en mantelzorgers
helpen de dag over haar dooie punt
vergeetachtigheid blijft
maar de liefde ook
en daar komt ze niet aan!


© Sabine Thole [lid van DichtersGroep Woerden]

Over dit gedicht

Een zeker cynisme en wellicht ook verborgen boosheid is te ontdekken in dit gedicht, waardoor de betrokkenheid met degene die dit is overkomen, wordt duidelijk gemaakt. Tevens is machteloosheid verpakt in deze tekst, en om deze een wat luchtiger tegenhang te geven, ontbreekt humor ook niet. De Max-geheugenquiz is hiervan - helaas een wrang - voorbeeld. Zoals bekend ontstaat humor vaak uit leed. De vergelijkingen, zoals die met de marathonloopster, geven de ernst van de ziekte een duidelijk profiel. Hardlopen als metafoor voor de snel voortschrijdende ziekte. De marathonloopster vormt min of meer de rode draad in dit gedicht. Opvallend is hier dat de auteur Alzheimer de vrouwelijke persoonsvorm heeft gegeven, terwijl de Van Dale meldt dat deze ziekte mannelijk is. Betreft het hier een bewuste keuze en is hier een diepere betekenis achter te vinden, is de vraag. Vermoedelijk gaat het hier om projectie, omdat het mogelijk in dit geval handelt over een vrouw die deze sluipende (...in het geniep...) ziekte overkomen is. Verder is er sprake van personificatie, zij ofwel hij - Alzheimer - wordt tot 'leven' gewekt als betreft het een mens. Alzheimer houdt in je identiteit uit handen geven, met elke dag de vraag wat en wat niet bewaard is in het geheugen. De auteur eindigt strijdbaar positief. Niet alles is vergaan, de liefde die er was, blijft aanwezig! Het gedicht getuigt van grote betrokkenheid, ook bij de auteur blijft de liefde sterk aanwezig kan men zich voorstellen. Er is sprake van tweeledig verlies. Bij de een gaat het geheugen achteruit, totdat dit geheel verdwijnt. Bij de ander betekent het niet meer te worden herinnerd en dat de band die er was, verloren gaat. Liefde overwint dan, is het statement van de auteur!

EWvD


Taal ligt op straat

Is de dichter een hemelbestormer met hoogte-
vrees, oftewel een reiger met vliegangst? Nu, niet
bepaald een heldhaftig krijger. Hij zou wel
willen, maar staat reeds te trillen. Hij zou

graag de lezers veroveren door hen met
woorden te betoveren. Terwijl buiten de kanonnen
bulderen, zit hij thuis als in een bunker zo veilig en
beschut voor het geschut op papier wat in zichzelf

te lullen: ‘Geef acht, schijt in je broek met
volle kracht. Laat het in je schoenen lopen,
dan loop je lekker zacht.'
Zinnen uit
militaire dienst schieten 'm te binnen.

Taal ligt op straat, in plaats van te vliegen
hoef je alleen maar te bukken. Nu, dat
zal 'm wel lukken. Taal licht op van straat,
schrijft zichzelf waar je bijstaat. Vandaar dat

hij niet 't gewéér hanteert, maar de schrijfveer.

© Frans Mink, Bergen op Zoom


Een korte toelichting door de schrijver:
Ontstaan na het uitbreken van de oorlogen in Irak en Afghanistan. Beelden van doden en gewonden op televisie, op internet en in de kranten. Beelden van dode militairen en burgers en ik als dichter zit met mijn grote mond maar een beetje thuis veilig achter de pc.

Over dit gedicht

Dit prozagedicht heeft met vaste regelmaat binnenrijm, alliteratie c.q. beginrijm, enjambement en is qua schrijfstijl verwant aan spreektaal. Het is een statement, het gaat over eigen machteloosheid, over het gemak van eigen geborgenheid, over tegenstrijdigheid, over zinloosheid misschien. Cynisch 'humoristische' herrinneringen aan militaire dienst vormen een leidraad, een verbinding van de gedachten van de schrijver met zijn observering en interpretatie van de banale werkelijkheid. In deze herinnering wordt letterlijk stilgestaan door het 'geef acht', in de rest van de tekst wordt als tegenstelling op geheel andere wijze acht gegeven. De schrijver die zichzelf tegelijkertijd ziet als waarnemer en lafaard, alleen in woorden sterk. Of is hij, blijkens het einde van de tekst, een gedroomde held? Dat vraagt de schrijver zich naar mijn idee af. In elk geval is er de uiteindelijke vaststelling dat de pen als alternatief een sterk wapen kan zijn. In de tekst tref ik twee thema's, die ook afzonderlijk behandeld zouden kunnen worden. Ten eerste is er de vraag wat een dichter is, het tweede thema gaat over hoe deze zich verhoudt tot strijdvaardigheid en werkelijke betrokkenheid. Aan het metrum en ritme, aan de cadans van deze tekst kan nog wel worden gewerkt.

EWvD

Album

hij droomt zich op haar hoogste bergen,
in haar diepste dalen, dwaalt
langs de kabbelende beek

hij droomt zich naar haar valleien,
haar lacs en sources, en beklimt
de rotsen van de steile kloof

hij droomt zich in de campagne
rond haar stille dorpen, en vlijt zich
tussen klaprozen en thijm

hij droomt zich onder de platanen,
met een pastis bij de fontein

mijn vader legt zijn leesbril op de tafel
strekt zijn stramme benen
naar de haard en zucht

"Ma douce France"

© Maartje van den Bosch, Linschoten

|Ook verschenen in de verzamelbundel 'Tien totaal!' van het Taalpodium 'Utrecht / Zeist'|


Over dit gedicht

Dit liefdevolle gedicht is verhalend, op een bijzondere manier. De lezer wordt hier 'lichtvoetig' meegenomen op reis met de woorden van de dichteres, geen reis in haar eigen herinneringen of belevenissen, maar door haar ogen meereizend met wat haar vader voor zich ziet, of mogelijk zou kunnen hebben gezien. Het is een projectie door de dichteres van de persoonlijke verbeelding van haar vader, bij een letterlijke optekening van een interactie die werkelijk heeft plaatsgevonden; er wordt een vakantiealbum bekeken. Alhoewel het door de titel mogelijk is, vast te stellen dat het om die letterlijke ervaring gaat, kunnen de vermoede beelden van de vader, aangeduid als zijn dromen, bij de lezer nog een eigen leven gaan leiden. Deze wordt als het ware aangereikt met de dichteres en haar vader denkbeeldig op reis te gaan.

Uit deze strofen spreekt een liefdevol beschouwen en ook een nauwe persoonlijke betrokkenheid van de dichteres bij haar onderwerp, zonder overigens te vervallen in pathetiek. Achter deze tekst is, na het lezen ervan, de tragiek van het fysiek niet meer in staat zijn naar de geliefde plekken te kunnen reizen ook duidelijk geworden, maar de dichteres wordt nergens treurend of cynisch. Misschien ook omdat het altijd nog mogelijk bleek te zijn die reis in de verbeelding te kunnen maken, zoals zij ons nu laat zien. Dit gedicht komt bij mij over als een dierbare herinnering die gekoesterd wordt, ondanks de uiteindelijke strekking.

Aanvulling: een poëtischer gehalte voor de bijvoeglijke naamwoorden hoogste, diepste, kabbelende, steile, is een opwaardering van dit gedicht.

EWvD

(zonder titel)

Mijn tranen
lijken te breken
in de gebarsten spiegel
In vertwijfeling
sloeg ik mijn evenbeeld
kapot
omdat ik niet meer wist
waarom.

© Ascent
|pseudoniem| Ed Moolenaar, Bilthoven

Bundeluitgave

Op 13 december 2014 is de debuutbundel van Ed Moolenaar (Bilthoven) verschenen bij uitgeverij Pharos, met de welluidende titel "Bloot geven", een titel die voor meerdere uitleg geschikt is. Letterlijk of meer ook figuurlijk jezelf blootgeven. Dat doet Ed Moolenaar dan ook duidelijk met dit werk. Deze bundel bevat namelijk veel, ook zeer persoonlijke juweeltjes en is daarom het lezen meer dan waard.


Over het gedicht van Ed Moolenaar

Dit gedicht is sterk beeldend. Een heftige projectie van het gevoel van de dichter en meest waarschijnlijk een letterlijke weergave van het moment dat het gedicht beschrijft. Laat ik beginnen met de laatste twee regels van het gedicht omdat hier de reden is weergegeven voor het schrijven ervan. De dichter schrijft: " omdat ik niet meer wist waarom". Dit 'waarom' roept natuurlijk vragen op bij de lezer, want wat is de achterliggende reden van dit niet meer weten waarom? Het antwoord wordt echter niet gegeven en dat geeft de lezer de ruimte er zijn of haar eigen invulling aan te geven. Poëzie krijgt een bredere dimensie wanneer de emoties die in een gedicht worden beschreven door de lezer ook op zichzelf kunnen worden betrokken of kunnen worden uitgelegd. Is hier de dichter op een dood punt aanbeland, kan hij (de redenen voor) de gebeurtenissen in zijn bestaan niet meer begrijpen, is hier sprake van liefdesproblemen, geeft het leven de dichter op dat moment niet meer de antwoorden waaraan hij behoefte heeft, weet hij wellicht zelfs niet meer waarom hij huilt? De lezer kan alleen naar de aanleiding gissen. Dat er in dit gedicht sprake is van vertwijfeling is overduidelijk, zelfs zonder het gebruik van dat woord.

Daarom wil ik hier bij opmerken dat het gedicht nog krachtiger wordt wanneer het woord 'vertwijfeling' uit de vierde regel door een ander woord of omschrijving vervangen zou worden, omdat deze emotie door de andere tekstdelen reeds duidelijk wordt. Het hoeft niet woordelijk te worden genoemd en het is zelfs sterker wanneer dat niet gebeurt. Misschien is zelfs te overwegen de gehele vierde regel waarin het woord staat weg te laten, wat wel consequenties heeft voor het gedicht. Dat is een keuze die alleen de dichter kan maken.

De dichter begint met: "Mijn tranen lijken te breken in de gebarsten spiegel...", en hierna:"...sloeg ik mijn evenbeeld kapot". Er is sprake van zeer heftige emoties, wanneer zelfs tranen lijken te breken (associatief met de spiegel) en hij zijn evenbeeld zelfs niet meer kan aanzien. Dit behoeft verder geen nadere uitleg.

|de dichter heeft mij gemeld dat hij zijn gedicht als volgt wijzigt:
...te breken/ in de gebarsten spiegel/ Ik sloeg mijn evenbeeld/ kapot / omdat....|

EWvD

Welkom in mijn wereld

Hallo daar ben je
kus en koffie

Plof ik neer op de bank
tegenover je bed

Je ziet zo wit, zo moe en mager
Nee het was niet druk onderweg

Die korte vakantie op het platteland was heerlijk
Dat herinnert jou aan het landschap rond je geboortedorp

De vakantie is afgelopen - helaas- er is intussen toch zoiets grappigs gebeurd op mijn werk
De dokter, de hulp en de fysiotherapeut zijn hier geweest

Dat wou ik je nog vertellen, weet je nog van die collega met die affaire?
Je vertelt hoe je als kind werd aangerand en niemand je geloofde

Die vriendin van mij die was geëmigreerd, redt het daar gelukkig hartstikke goed
Ja, jij weet uit ervaring hoe eenzaam je kunt zijn na een verhuizing

Oh en nog zo'n leuk verhaal, raad eens wat mijn lief voor me heeft gedaan?
Je legt me weer uit dat je scheiding niet nodig was geweest, als hij maar

Nee- nee ik ben niet moe, het werk is leuk maar kost gewoon veel tijd
Je had ook zo graag gewerkt maar kon je studie niet afmaken doordat je zo mishandeld werd

Weet je nog, die ene vriendin van mij, die is nu eindelijk toch in verwachting!
Zachtjes begin je te huilen, je mist je verloren zoon

En ik wil wel naar je toe, mijn armen om je heen slaan
maar mijn lichaam is gevuld met lood en mijn keel knijpt brandend dicht

He, ik moet zo weer gaan, toe lieverd huil nu niet alsjeblieft
Nee trek het je niet aan, je hebt je eigen leven, zo hoort dat toch

De auto ingevlucht en de snelweg opgeraced
vier ik met tranen over mijn wangen mijn eigen leven

© Dominique Meijer, Zutphen


Over dit gedicht

Welkom in mijn wereld is een verhalend gedicht en geeft een heldere verwoording van een liefdevolle, maar moeilijke, misschien ook wel moeizame relatie tussen twee mensen en de verwoording van de band die door de omstandigheden, door de leefwereld van de een, de leefwereld van de ander, en de reactie op elkaar, tevens verwijdert. Het dualisme in die relatie is goed vormgegeven. Hoe het egocentrisme van de een, door persoonlijk lijden, een afstand schept, de ander van zich verwijdert, hoe aandacht, hoe niet reageren, niet willen reageren, het niet doordringen in elkaars wereld, hoe gevoelde pijn van de een door de ander en meegedeelde pijn door de ander ongewild met elkaar verweven zijn, maar tegelijkertijd een pijnlijke scheidslijn vormt tussen twee mensen. De ene mens heeft pijn, de ander daardoor ook, ook doordat er geen sprake is van echt contact, door niet te worden gehoord. Hoe pijnlijk en tegelijkertijd bevrijdend, ook uit zelfbehoud noodzakelijk, kan de keuze dan (uiteindelijk) zijn.

EWvD

(zonder titel)

Zomaar een zondagmorgen in oktober
witte wolken, zon en wind
poëzieroute door de Brabantse Wal
gevoel van vrijheid.

Even trek ik mij terug uit de groep
zo dichtbij en geen weet
van deze schoonheid
vogels kennen geen grenzen
immense stilte bij het voorlezen
bewondering voor het fotowerk
allesomvattende natuur.

Verscholen tussen struiken en bomen
verstrengeld in de natuur
een Mariabeeld achter tralies
geplaatst uit dankbaarheid
voor een gebedsverhoring.

Vijf kilometer natuur happen
koffie met appeltaart als dessert.

© Corrie Jacobs, Bergen op Zoom

Over dit gedicht

Dit gedicht is geschreven naar aanleiding van een wandeling over de Brabantse Wal.
Het gedicht kan in twee lagen worden ingedeeld, te weten een zeer persoonlijke, waarin de dichteres over zichzelf vertelt en een observerend deel. De eerste strofe heeft een diepere laag. Het is zomaar een zondagmorgen. Het eerste woord “Zomaar” uit de eerste regel krijgt daarna een andere lading wanneer er sprake is van een gevoel van vrijheid aan het eind van de strofe. Door deze conclusie en het beginwoord aan elkaar te verbinden wordt het belang van de wandeling voor de dichteres duidelijk. Zomaar vrijheid! In de tweede strofe beweegt zij zich even weg van de groep, letterlijk of misschien figuurlijk, even een moment alleen zijzelf. De schoonheid van deze niet gekende omgeving raakt haar en opent haar gevoel. De aansluitende regel over vogels en grenzen zegt over de dichteres nog meer en voegt ook daaraan nog een dimensie toe. Hier spreekt zij een verlangen uit. Zij zou ervoor kunnen kiezen om de letterlijke waarnemingen, die worden vormgegeven door de woorden “voorlezen” en “fotowerk”, een wat meer poëtische lading te geven. Mogelijk heeft dat ook effect op samenstelling van de regels waarin deze staan. Dit gedicht bevat veel alliteraties en binnenklanken. Wanneer het gebruik daarvan veelvuldig wordt toegepast kan dat teveel van het goede worden en daarmee een gedicht erg gekunsteld maken, maar dat ervaar ik bij dit geesteskind niet zo. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de spontane wijze waarop deze, naar mijn gevoel, aanwezig zijn, hetgeen getuigd van poëtisch taalgevoel. Mogelijk heeft zij enkele keuzes bewust gemaakt onder andere bij “verscholen” en “verstrengeld”, overigens zonder dat dit storend is. Het gebruik van deze woorden geeft een mooie omschrijving van de situering van het Mariabeeld.

Ik heb de indruk dat de dichteres de lezer meer wil zeggen dan zij nu kan of wil meededelen. Het gedicht wordt in de afloop, in de laatste strofe, wat afstandelijk in relatie tot de andere strofen, zeker tot de eerste. De tekst in de tweede strofe “allesomvattende natuur” werkt als een raamwerk om de foto's en de gedichten. In dat kader een mooi gekozen woord met dubbele betekenis. Appeltaart als dessert bij het hoofdgerecht - de Walwandeling - is een leuke vondst.

Er zijn meerdere benaderingen bij het lezen van dit gedicht mogelijk.
Ofwel wordt en blijft de persoonlijke lading juist duidelijker voelbaar door het contrast met de uiteindelijke conclusie, of anders ervaren: de persoonlijke gevoelens worden daardoor mogelijk nog geen recht gedaan. In deze mening ligt mogelijk een voortdoen, naar aanleiding van de persoonlijke herinnering aan de Walwandeling, in de vorm van meer hieraan gerelateerde gedichten besloten. Tot slot een geheel andere opvatting: de lezer leest het gedicht als een verscholen of verholen ontboezeming en gaat in dat geval voorbij aan de mogelijkheid dat het zuiver bedoeld is als een omschrijving van de feitelijke ervaring, als en niet meer dan een beschrijvend verhalend poëtisch verslag.


EWvD