Columns en dergelijke

Over het woord vloeken en afgeleid daarvan het woord vloek door Ewoud Willem van Doorn

Dichters denken na over veel en in belangrijke mate over woorden. Zo liet ik mij eens leiden door wat hersenkronkels naar aanleiding van het alom vermaledijde (=vervloekte!) woord vloeken.

Het komt bij ieder wel eens voor dat het leven wordt overdacht en dat er wordt geëvalueerd wat er zoal is gepasseerd. Zo ook bij mij. Daarbij zijn mijn herinneringen aan de opvoeding door mijn ouders een belangrijk onderdeel. Met name staat mij nog helder voor de geest dat behalve de regel dat er respect voor anderen moet zijn, “gij zult niet vloeken” heel belangrijk was. Mijn ouders waren niet heel streng, ook niet in de Leer, maar vloeken was echt fout en dat leverde zeer bestraffende woorden op.

Juist over de impact en betekenis van vloeken heb ik eens uitgebreid nagedacht en wetend hoe dat in onze en voorgaande generatie wordt beleefd, vroeg ik mij af of dat altijd zo is geweest en hoe dat in vroegere tijden en bij andere culturen werd en wordt ervaren.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en dat vroeg om onderzoek. Bij mijn vorsingen is gebleken dat het niet altijd zo is geweest dat er algemeen aan vloeken ofwel vervloekingen een negatief en verwerpelijk aspect kleefde. In tegenstelling daarmee diende het juist een duidelijk doel. Het werd als bezwering en als afweer gebruikt tegen kwade geesten, tegen slechte bedoelingen van anderen, en tegen bedreigingen uit de natuur, tegen mogelijke bedreigingen van buitenaf.

Eerst maar eens een letterlijke beschrijving van het woord vloek. Folkloristisch benaderd betekent het onheilsbezwering. Dat heeft absoluut geen negatieve lading. Anders dan zoals er heden ten dage uiting mee en betekenis aan wordt gegeven. Gevoelsmatig, sociaal, en vanuit het christelijk geloof benaderd, heeft het voor ons een negatieve betekenis. In het algemeen is zoals wij dat kennen het doel van het bezigen van een vloek iemand of iets te willen verdoemen en te vragen of de Hogere Macht dat voor ons wil regelen. Dat is de letterlijke vertaling van het daarbij meest gebezigde woord. Die hulpvraag gericht aan een macht buiten de mens was in vroegere tijden in principe niet anders, ware het niet dat er een andere nadruk op lag en er een andere invulling aan werd gegeven. Ook was de geloofscultuur anders. Het ritueel van het (ver)vloeken, de onheilsbezwering, was dan wel bedoeld om kwaad over iemand of iets uit te uit te roepen, maar niet met wraakgevoelens als beweegreden, en zuiver om het kwaad af te weren van zichzelf. Het kwaad dat men dus van anderen, van iets of van omstandigheden verwachtte. Dus in tegenstelling tot de betekenis nu, voorafgaand aan mogelijk onheil.

Rituelen komen voort uit allerlei vormen van spiritualiteit, deze zijn er nu nog steeds in diverse verschijningsvormen en bestaan sinds mensenheugenis. Om maar wat elementen uit vroeger tijden te noemen die nog actueel zijn: de rituele dans, het vasten, tatoeage, piercing, besnijdenis, vermommen, het maken en dragen van maskers, en in gruwelijke vorm, zelfkastijding. Om de reeks wat vriendelijker af te sluiten, het uitblazen van kaarsjes en het zingen van liedjes op verjaardagen. Toegevoegd hieraan, zeer Nederlands, zoenen op de wangen bij begroeting van vrienden en bekenden, drie wel te verstaan.

Vervloekingen kwamen en komen onder diverse benamingen en vormen van spirituele rituelen over de gehele wereld voor. Hierbij te denken aan Voodoo bij de Haïtianen, het Boze Oog onder andere in Mediterrane cultuur en Hekserij wat dichter bij huis.

In het Finse nationale epos “Kalevala”, bestaand uit 22.795 versregels, op basis van mondeling overgeleverde volkspoëzie samengesteld door de arts Elias Lönnrot, het epische gedicht waarop de Finse identiteit wordt gebaseerd, komen vervloekingen voor. Dit epos, gebaseerd op de overdracht door oude Finse zangers en op overgeleverde spreuken en gezegden, is van beduidende invloed geweest op Finse kunstenaars en dichters.

Het Hindi, Marathi en Malayalam, drie Indiase talen, bevatten onder de naam Shaap afgeleiden van hekserij met bijbehorende vervloekingen. In het Tamil, ook een Indiase taal, heet dat Sabam. Maar hoe dat ook heet, de overeenkomsten zijn er. De Egyptenaren beeldden vervloekingen uit op tabletten, actes in kleivorm waarop de overdracht van land werd beschreven. De vloek was in dat geval bedoeld om die bijvoorbaat uit te spreken over ieder die dat land zou misbruiken. Dus wederom, zoals eerder aangehaald, voorafgaand aan onheil en niet bedoeld als uiting van wraak of verwensing.

Bij de Romeinen, met de naam “tabulae defixiones”, en bij de Grieken, onder de benaming “katedesmoi” kregen vloeken op tabletten gegrift een formeel en officieel karakter, bedoeld om over de vijand, zo deze actie wilde ondernemen, verlies van goederen af te roepen, en om respect van de opponent op te roepen. Ook in de Bijbel staan teksten die erop wijzen dat personen, maar ook volken werden vervloekt. Noah vervloekte Kanaän, zoon van Cham, zoon van Noah. Samuël vervloekte Saul. God spreekt een vloek uit over het volk van Israël als dat ontrouw aan het Verbond is. Daarbij worden onder andere mislukte oogsten, epidemieën, en overheersing door andere volkeren genoemd en beschreven. Onder de Kelten waren de Ei-vervloekingen populair, met de gedachte dat het bouwland van de concurenten onvruchtbaar kon worden gemaakt door eieren daarop te verbergen. Laat de paashaas dit niet horen.

Het is al boeiend zich te verdiepen in woorden en hun betekenis, maar wellicht nog meer in de waarde en bedoelingen die woorden in hun geschiedenis hebben gehad. Wij hebben natuurlijk te maken met de sociale context die woorden nu hebben en respect daarbij voor de medemens is een voorwaarde voor een beschaafde samenleving.

Ik sluit af met de opmerking dat bijvoorbeeld bij het zeer onzacht neerkomen van een hamer op mijn duim, ik spontaan ook iets anders zeg dan het nietszeggende Rodondendron. U heeft het niet gehoord.

[Vertaling van de Kalevala via Duits naar Nederlands: Mies le Nobel, uitgeverij Vrij Geestesleven1985]

bron artikel: diverse op www

Deze beschouwing i s tevens verschenen in het literair magazine Zinthese seizoen 2/2010 - ISSN 1567-889X
uitgegeven door DichtersGroep Woerden

Reacties op dit artikel kunt u melden aan de auteur via het hierna vermelde mailadres min de ###-jes en de @@@-jes ###info@ewoudwillemvandoorn.nl@@@]

Link naar opnieuw geplaatst interview op Meander met Gerrit Komrij (overleden 5 juli 2012)
door Sander de Vaan.
Over vrijheid, over kunst, over het virus schijterigheid en over politici.

Stemadvies

Hoe heet de man (of vrouw) die quasi doet
Alsof hij naar ons luistert maar intussen
Met aangeleerde taal en lange lussen
Tegen zijn eigen leegte zit te praten -

Hoe heet de man (of vrouw) die vrede preekt
En door niets zó aan zijn gerief kan komen
Dan door het sturen, in zijn natte dromen,
Van kinderen (niet de zijne) als soldaten?

We noemen hem (of haar) politicus.
Houd de politici onder de duim.
Politici zijn gas. Geef ze de ruimte
En ze vullen alle hoeken, alle gaten.

© Gerrit Komrij

Column: door Ewoud Willem van Doorn

Creatieve vrijheid kunstenaar in het gedrang door bemoeizucht overheid

Wanneer rigide wordt omgegaan met de vrijheid van meningsuiting, wanneer onze overheid zich bemoeit met wat wel en niet gezegd kan worden en daarbij ons vrijheid beperkende maatregelen oplegt, zal er altijd een groep, of zullen er altijd individuen gaan radicaliseren. Welke dan ook. Hierbij gedoeld op die groep of individuen die zich afgeknepen voelen zich te kunnen uiten. Je op eigen wijze te kunnen uitspreken, of het in woord of in beeld is, is een regelrechte afspiegeling van onze democratie, basis van onze superhollandse traditie, onze lang bevochten vrijheid van meningsuiting. Dit uitgangspunt is belangrijk voor ieder, maar ook zeker als onbetwistbare levensvoorwaarde belangrijk voor de kunstenaars onder ons. Het in regeltjes vastleggen wat wel en wat niet beledigend is, is absoluut geen objectieve bezigheid. Wat kan of niet kan, wordt dan afhankelijk gesteld van de meningen van onze regenten, die de basis leggen voor uit te voeren wetten. Wanneer is dat vaker gebeurd en hoe liep dat af? Onze wereldgeschiedenis geeft ons vele voorbeelden waar die houding toe kan leiden. Moeten we ons nu zorgen gaan maken over wat we schrijven, hoe onze creatieve uitingen eruit zien, welke kunst wij produceren en exposeren en wat toelaatbaar is? De beroemde, of misschien in kortzichtige fundamentalistische, christelijke of islamitische ogen beruchte, Nederlandse vrijheid van meningsuiting, gaat zo roemloos verloren op initiatief en aangezet door de laffe, door angst ingegeven houding van onze overheid. Een houding die veel spreekruimte biedt aan niet zo tolerante Nederlanders, die daardoor het beeld kunnen krijgen dat zij het gelijk aan hun kant hebben. Een grote bedreiging voor de essentie van Nederland de eeuwen door en van wat ons groot heeft gemaakt. Voor het behoud van die waarden en normen dienen wij op de bres te blijven staan. Het maakt niet uit welke theologische overtuiging of welk dogma aan kokervisie ten grondslag ligt. De tijden van overvallen worden door vertegenwoordigers van de rechterlijke en uitvoerende macht, omdat men zijn mening verkondigt, of geweigerd worden bij exposities omdat er gevoelige issues te berde worden gebracht, zijn ingegeven door angst aangebroken, en koren op de molen van minderheidsgroepen. Niet zonder effect overigens. De enge, vooral benepen houding die door sommige van onze regenten wordt gehanteerd bij wat wel en niet kan, leidt uiteindelijk van scherpe uitingen tot excessen in uitspraken en gedrag, omgekeerd inherent aan de mate van de starheid. Een vorm van self-fullfilling prophecy. Excessen behoren helaas, meestal als uiting van frustratie, bij een vrije democratische maatschappij. Zonder deze uitwassen is er, hoe paradoxaal ook, geen vrijheid. Uiteindelijk gaat het niet om wat men zegt, wat men schrijft of wat men toont, maar het gaat om wat men doet. Daarbij is te vermelden dat degene die "knijpt" en daardoor "blauwe plekken" veroorzaakt, ook de reactie zal moeten ontvangen die daarmee gepaard gaat. Daarvoor zijn voldoende regels en wetten beschikbaar aan elke burger. De overheid dient zich naar mijn idee verre te houden van bemoeienis, de burger niet te kleineren en deze in zijn vrijheid serieus te nemen. Wij zijn dus met zijn allen zélf, met de nadruk daarop, verantwoordelijk. Ook voor wat er zich in onze maatschappij in positieve ofwel in negatieve zin ontwikkelt. De ideeën en maatregelen van onze overheid leiden tot steeds meer betutteling en bevoogding en zullen bij doorgang van deze ingeslagen weg leiden tot het inleveren van zeer veel persoonlijke vrijheid, wat zeker tegelijkertijd met die van iedere burger zeker ten koste zal gaan van de creatieve vrijheid van dichters, schrijvers, filmmakers, beeldend kunstenaars. Een en ander op het conto van de door ons alom gekoesterde vrijheid van meningsuiting. De laffe ideologische moord op Theo van Gogh is daarvoor het schrikwekkende tragische voorbeeld en onder andere het [selectieve] zwijgen van cabaretiers als gevolg daarvan een exponent. Ik maak mij bezorgd en kwaad.

Reacties op dit artikel kunt u melden aan de auteur via het hierna vermelde mailadres min de zzz-jes [zzzewoud@ewoudwillemvandoorn.nlzzz]


Column: door Ewoud Willem van Doorn

Haken en ogen bij optredens op poëziepodia

Het vraagt overleg en voorbereiding om als dichter op te treden. Kleine taalpodia zijn er vaak niet op ingesteld om dit goed te regelen. Vaak wordt er niet voor goede apparatuur gezorgd en een nog groter probleem is het juist instellen ervan. Een en ander wordt vaak op de valreep gebrekkig geregeld en dat komt de concentratie en de verstaanbaarheid niet ten goede. Zeker wanneer er opgetreden wordt samen met een musicus kunnen er problemen ontstaan, vooral als de ontvangende zijde niet gewend is om van het bestaande patroon af te wijken. Alles bij elkaar is het niet goed voor de dichtkunst en geen p.r. voor de organiserende partij. Het blijft moeilijk om met simpele apparatuur tot voldoende kwaliteit - lees verstaanbaarheid - te komen voor het publiek.

Verder is het zo dat optreden door de podia als een gunst aan de dichter wordt gezien, zeker gelet op de vaak sumiere beloning, die meer regel dan uitzondering is. Van de organiserende partij mag op zijn minst een tegemoetkoming in de gemaakte kosten voor reisgelden worden verwacht. Armlastige verenigingen zijn er naar mijn idee niet meer. De meesten hebben gelden in de vorm van subsidie(s). Het heffen van entree is mogelijk zelfs beter, hierbij rekening houdend met de interessedrempel. Er bestaat geen afhankelijkheid meer en de gage voor de dichter is gewaarborgd. Zonder de optredende is er geen programma. Het wordt tijd dat er in het literaire veld ook wordt beloond zoals dat bij andere kunsten gebruikelijk is. Wat mij betreft houdt het gedoe in de marge op te bestaan en wordt er geen acte de présence meer gegeven voor de spreekwoordelijke appel en het ei of een vriendelijke schouderklop.

Advies: informeer naar de aanwezigheid van de benodigde apparatuur. Vraag naar de gage en de afhandeling van te maken onkosten zoals o.a. reisgelden. Het verdient aanbeveling ruim tevoren duidelijk te maken wat men nodig heeft om het werk op een goede wijze voor het voetlicht te brengen. Het tevoren goed afstellen van een geluidsinstallatie is belangrijk en daarvoor moet worden ingestaan. Voor een belangrijk deel hangt de beoordeling door het publiek van een goede voorbereiding af. De podia zijn er voor de dichter en niet andersom.

Er mag worden verwacht dat aan alle punten die recht doen aan het werk van de dichters, door de organiserende partij kan worden voldaan.

Reacties op dit artikel kunt u melden aan de auteur via het hierna vermelde mailadres min de zzz-jes [zzzewoud@ewoudwillemvandoorn.nlzzz]